Brief bisschop Johan Bonny bij de start van het nieuwe schooljaar

 

Johan Bonny

Goede vrienden

Blij dat ze op 1 september opnieuw naar school kunnen! Zo voelen zich de meeste leerlingen, leerkrachten, directies en schoolbesturen. Ze willen elkaar terugzien ‘in het echt’: in de klas, op de speelplaats, onder vrienden en collega’s. Ook ouders verlangen dat hun kinderen opnieuw de fiets of de bus op kunnen, richting school. Thuis is onvoldoende ruimte voor de opgespaarde energie van hun kroost! En zelf moeten ze hun beroep kunnen uitoefenen, met volle aandacht en toewijding. Gelukkig dus dat de schoolpoorten weer open gaan!

Voorzichtigheid blijft geboden

Toch hoort bij die blijheid een stevige portie onzekerheid en zorg. Ons land staat nog steeds ingekleurd als een zone met hoog besmettingsrisico. Midden de zomer maakten we plots een heropflakkering mee van COVID-19. Vele maatregelen dienden teruggeschroefd in plaats van versoepeld. Wat als dat opnieuw gebeurt? Al bevestigt onderzoek dat kinderen niet de motor zijn van de epidemie, ze staan ook niet erbuiten. Voor de zomer hebben leerkrachten en directies erg hard gewerkt om hun leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden. En zij blijven daartoe bereid. Toch leven onder hen ook vele vragen en twijfels. Kortom: we hopen het beste, maar weten amper wat het nieuwe schooljaar ons zal brengen. Grote voorzichtigheid blijft geboden.

Nieuwe sociaal

Sinds de uitbraak van het coronavirus spreken we over het ‘nieuwe normaal’. Een lijst maatregelen -zoals bubbels, anderhalve meter, mondmaskers, handgel, thuiswerk, internetvergaderingen - behoren wellicht voor geruime tijd tot onze dagelijkse omgangsvormen. Toch wil ik één woord veranderen. Kunnen we ook spreken over het ‘nieuwe sociaal’? Tal van noodzakelijke maatregelen werken afstand en afzondering in de hand. Voor kinderen en jongeren mag dat nooit het ‘normaal’ worden! Dagelijks hebben zij knuffels of babbels nodig, aanspreekbare volwassenen, dichte of verre vrienden, een bemoedigende of vermanende blik in de buurt. En daarvoor zijn een tablet of een smartphone onvoldoende. Hoe kunnen scholen creatief meewerken aan zo’n ‘nieuw sociaal’?

Leefverlies

De coronamaatregelen leggen oude en nieuwe breuklijnen in onze samenleving bloot en versterken ze. Vooral scholen kunnen niet naast die vaststelling. De zogenaamde ‘leerwinst’ van kinderen hangt vandaag in grote mate af van hun thuissituatie: of er een goede wifiverbinding is en meerdere computers, of ze moeten werken aan de keukentafel dan wel een studeerkamer hebben, of hun ouders schooltaken kunnen opvolgen en ondersteunen, of ze zich fysiek en mentaal eens goed kunnen ontspannen of afreageren in open lucht, of er groene zones in de buurt zijn om te sjotten en te ravotten. Die breuklijnen mogen onze scholen en ons onderwijsbeleid niet ontgaan, wel integendeel. Ze moeten onderwerp zijn van overleg en planning. Zo niet dreigt bij vele kinderen en jongeren zowel het ‘leerverlies’ als het ‘leefverlies’ danig groot te worden!

Nieuw samen

Hoe hoger de leeftijd van kinderen en jongeren, hoe ingrijpender de impact van de coronamaatregelen op de organisatie van hun onderwijs. Leerlingen van de tweede en vooral derde graad van het secundair onderwijs weten amper hoe hun schooljaar zal verlopen of welke aanpassingen nog nodig zullen zijn. Ze kijken op tegen een berg onzekerheid. En ze hebben al zo’n ingrijpend jaar achter de rug! In het basisonderwijs leven onder leerlingen en leerkrachten gelijkaardige verzuchtingen. Alleen samenwerking kan deze frustratie opvangen. De opstart van het nieuwe schooljaar en het goede verloop ervan vragen om meer samenwerking en open communicatie onder leerlingen en studenten, leerkrachten en ouders, vakbonden en begeleiders, schoolbesturen en directies, onderwijskoepels en politici.

Timmeren aan een ‘nieuw samen’ is wellicht de grootste uitdaging voor het onderwijs in deze coronatijd.

Geen vak is overbodig

Welke gevolgen hebben de coronamaatregelen nog? Dat er - gewild of ongewild- een ordening ontstaat tussen vakken die voorrang krijgen en vakken die minder aandacht krijgen. Dat een studierichting wiskunde extra inzet op wiskunde of een studierichting klassieke talen op Latijn, is normaal. In moeilijke tijden mogen de specifieke vakken niet achterblijven. Echter, vakken die minder aandacht dreigen te krijgen, zijn in deze coronatijd niet minder belangrijk. Ik denk aan vakken als lichamelijke opvoeding, verbale of non-verbale expressie, taal en taalvaardigheid, godsdienst en levensbeschouwing. Uitgerekend die vakken helpen leerlingen omgaan met de moeilijke tijd die we doormaken, met de frustratie en de onzekerheid die ze aanvoelen, met de broze koppeling tussen henzelf en de samenleving. Juist die vakken hebben zij nodig om passend te leren omgaan met de wankele realiteit waarin zij en wij nu leven.

Geen vak is overbodig, wel integendeel! Kiezen voor ‘essentials’ gebeurt beter binnen de vakken dan tussen de vakken.

Vieringen

Om te eindigen nog een ‘feestelijke’ noot. In vele gezinnen zal het schooljaar beginnen met de uitgestelde viering van een eerste communie of vormsel. Het is goed dat deze vieringen nog dit jaar kunnen plaatsvinden, op een aangepaste manier. Uitgerekend in deze bewogen tijd mag het niet ontbreken aan rituelen die zin geven aan het (samen)leven en die hoopvolle perspectieven bieden. Ondanks alle ernst en afstand, zouden ‘vieringen’ dit jaar in geen enkele school mogen ontbreken: creatieve momenten van samenzijn, met woord en ritueel, om zowel de vreugde als de onzekerheid van het leven met elkaar te blijven ‘vieren’.

Blijven ‘vieren’ wat de dag ook brengt: het behoort tot de kern van onze pedagogische opdracht!

Graag wens ik u een veilig en veelbelovend begin van het nieuwe schooljaar!

+ Johan Bonny
Bisschop van Antwerpen
Referentbisschop voor onderwijs

Free Joomla! template by Age Themes