Datum

08 feb 2024
Verlopen!

Tijd

15:00

15.00u. Eucharistieviering op 1ste van de 15 donderdagen van de H.Rita.

Donderdag 8 februari

15.00u. Eucharistieviering op de eerste van de 15 donderdagen.

De geboorte van de H. Rita.

Tijdens de 15 donderdagen, voorafgaand op 22 mei, de feestdag van de H. Rita, Patrones van de moeilijke en hopeloze zaken, wordt telkens in de eucharistieviering van 15.00 u. een  fragment uit het leven van de H. Rita toegelicht.

De H. Rita leefde in de 14de en 15de eeuw in Umbrië, een schilderachtige regio in Midden-Italië, waar ook Sint-Franciscus en vele andere heiligen leefden en werkten.

Rita werd geboren in 1371 te Roccaporena, een bergdorpje in de Apennijnen, op enkele kilometers van Cascia, waar zij de laatste veertig jaar van haar leven zou doorbrengen in het klooster van de zusters Augustinessen. Cascia ligt op een naar het zuiden gerichte helling op een hoogte van 631 m. Het stadje is omringd door hoge bergtoppen en bestaat buiten de ‘bovenstad’ uit een aantal gehuchten dit met elkaar verbonden zijn door kronkelende bergpaden. De invloed van Sint-Augustinus was groot in dit deel van Italië, en vooral te Cascia. Buiten de Sint-Augustinuskerk in het centrum, trof men er ook een klooster van zusters Augustinessen aan, evenals drie andere vrouwenkloosters. In de omgeving van de stad kenden de nederzettingen van kluizenaars die de regel van Augustinus volgden een grote bloei.

De geboortestreek van de H. Rita was verdeeld door de strijd tussen twee partijen: de Welfen (de pausgezinden) en de Gibellijnen (de keizergezinden). De rivaliteit tussen deze twee groepen was zeer groot en leidde dikwijls tot gewelddaden. De vader van de H. Rita was Antonio Lottius, zoals blijkt uit een contract van 1446. Haar moeder werd aanvankelijk alleen met haar voornaam, Amata, vernoemd. In latere levensbeschrijvingen treffen we haar familienaam Ferri aan. Amata Ferri was een stille, eenvoudige vrouw, die een teruggetrokken, onopvallend leven leidde. De ouders van Rita waren zeker niet rijk, maar in het dorp genoten ze wel een zeker aanzien. Volgens een oude traditie behoorden zij tot de ‘pacieri’, d.w.z. ‘vredestichters’. Zij maakten deel uit van een bepaalde groep burgers, die vrijwillig hun diensten aanboden om twistende medeburgers met elkaar te verzoenen. De verzoening door deze ‘vredestichters’ bewerkt, had kracht van wet. Gezien hun hoge ouderdom moeten Antonio en Amata de geboorte van hun dochtertje en enig kind als een grote genade van de hemel hebben beschouwd. Het gaf reeds te kennen dat het een bijzonder kind zou zijn en later een bijzondere en moreel hoogstaande vrouw.